Floris Onstwedder bij het Haags symfonieorkest Musica o.l.v. Jos Schroevers
Floris Onstwedder bij het Haags symfonieorkest Musica o.l.v. Jos Schroevers (Foto: Evert van Holtoon)

Floris Onstwedder speelt de sterren van de hemel bij Musica

Stel, je bent een jonge trompettist die de sterren van de hemel speelt en mag optreden met orkest. Welk trompetconcert kies je dan? Haydn, Hummel misschien of toch maar Arutiunian? De 27-jarige Floris Onstwedder koos voor zijn concert met het Haagse symfonieorkest Musica het laatste en onderstreepte in zijn uitvoering dat hij van grote klasse is.

Door Jan van Es

Den Haag - Musica had in dat concert meer te doen dan wanneer Onstwedder voor Haydn of Hummel zou hebben gekozen, want dáár is echt sprake van trompet met orkestbegeleiding. De Armeense componist Alexander Arutiunian maakte van zijn uit 1950 daterende concert in As gr.t. meer een dialoog tussen solist en orkest en dat leverde spannende momenten op. Arutiunian laveerde muzikaal tussen de Armeense traditie en de vrolijke arbeidersklanken die in de Sovjet Unie van zijn dagen verplichte kost waren. Maar tussen die Stalinistische opgewektheid en de voor 1950 bepaald niet moderne aanpak komt voldoende interessants voorbij om Arutiunian een plekje op de concertprogramma’s te garanderen. Alleen: wat nu als Sjostakowitsj, Prokofiew of Strawinsky zich nu eens aan een trompetconcert hadden gewaagd? Aan Floris Onstwedder lag het intussen niet. Hij haalde alles uit de muziek en door zijn mooie klank, de feestelijke acrobatiek, de flardjes Gershwin (ja zelfs die kijkt af en toe om de hoek), de onversneden filmromantiek werd het een fraaie uitvoering. Dat de orkestratie van Arutiunian af en toe richting die voor een dorpsharmonie gaat, is tenslotte niet de schuld van de uitvoerenden. Musica gaf Onstwedder mooi partij en met al die capriolen in de partituur was dat geen geringe prestatie.

Onder leiding van Jos Schroevers was Musica al begonnen met de Ouverture op drie Russische thema’s van Rimsky-Korsakov. Een relatief vroeg werk en dáár al bewees de componist een meester te zijn in de orkestratie. Volbloed Russische romantiek met het bijbehorende sentiment, maar zonder sentimenteel te worden. De man die later in zijn Sheherazade de orkestklank een nieuwe dimensie zou geven, was ook hier al op dreef. En het orkest ook. Het stuk werd mooi en plechtig opgebouwd en van een omfloerst patina voorzien.

Russisch was het ook na de pauze, toen Schroevers zijn orkest leidde in Tsjaikowsky’s zwanenzang, de zesde symfonie De componist gaf er zelf de bijnaam “Pathétique” aan, maar dat gepassioneerde is vooral in mineur. Niet voor niets is het stuk wel als een requiem voor Tsjaikowsky zelf gezien. Musica had een hele kluif aan de partituur en werd daarbij niet bepaald geholpen door de akoestiek van de Bergkerk, waarin het concert zich afspeelde. Je had orkest en dirigent een andere accommodatie gegund, want soms (en vooral in het derde deel) werd de muziek een onontwarbare brij van klanken en dat kwam het luisterplezier niet ten goede. En dat terwijl er toch volop gemusiceerd werd met warmte in de strijkers, mooie passages bij de hoorns, de speelse loopjes bij de fluiten. Maar vooral wanneer het volledige orkest aan bod kwam, sloeg het geluid teveel dood en dat was jammer voor publiek en vooral ook voor de bijna tachtig musici die beter hadden verdiend.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden