<p>De ervaringen van begeleiders Wendie Reedijk en Elly Rapati zijn bijeengebracht in een boekje.&nbsp;</p>

De ervaringen van begeleiders Wendie Reedijk en Elly Rapati zijn bijeengebracht in een boekje. 

(Foto: Marc Tangel)

Ambulante Dienst Haaglanden deelt verhalen

Een breuk in de levenslijn. Zo wordt niet-aangeboren hersenletsel wel omschreven. De Ambulante Dienst Haaglanden ondersteunt al vijftien jaar mensen die na een hersenbeschadiging kampen met lichamelijke of psychische problemen. Ervaringen van begeleiders zijn nu opgetekend in een boekje.

Door Marc Tangel

DEN HAAG - “Het is niet zichtbaar”, begint Wendie Reedijk, locatiemanager van de Ambulante Dienst Haaglanden, haar lezing over niet-aangeboren hersenletsel. “Ik kan aan jouw uiterlijk niet zien of jij ooit een hersenbloeding hebt gehad of bijvoorbeeld van een steiger bent gevallen. Het wordt ook niet altijd erkend. Er zijn gevallen bekend van iemand die bijvoorbeeld van zijn fiets was gevallen en dacht dat hij er met een fikse hersenschudding vanaf was gekomen, maar in de loop van het jaar toch ervaart dat hij zich niet meer kan concentreren op het werk of buitenproportioneel ruzie heeft met zijn puberkinderen.”

Elly Rapati, persoonlijk begeleider, vult haar collega aan: “Dat is dus die breuk in de levenslijn. Je hebt je leven op orde, er gebeurt een ongeluk en na die tijd kan je niet meer functioneren als voorheen. Alles is anders en probeer dat maar eens aan jezelf te verkopen. Rouw en verliesverwerking is ook een essentieel onderdeel van dit werk. Cliënten moeten accepteren dat ze blijvend zijn veranderd. Wij kunnen ze daarbij helpen.”

De hulp en begeleiding van de Ambulante Dienst Haaglanden kan bestaan uit praktische zaken als hulp bij de boodschappen of het vinden van vrijwilligerswerk, maar er zijn ook zwaardere gevallen die, vanwege financiële zorgen of alcoholmisbruik, dreigen af te zakken naar de onderrand van de samenleving. “In dat geval zijn wij de spin in het web die alle lijntjes onderhoudt met bijvoorbeeld de huisarts en de familie”, vertelt Wendie. “Vroeger werden deze mensen in woonlocaties gestopt. Mensen die met een kruk hinkepinkend door de straat liepen toen ik jong was, woonden niet om de hoek, maar in een instelling. Tegenwoordig is de gezondheidszorg erop gericht om zoveel mogelijk thuis te blijven wonen en zolang iemand handelingsbekwaam is, blijft het toch veel pappen en nathouden. Je probeert iemand wel uit dat cirkeltje te krijgen, maar dat is heel moeilijk als diegene de situatie zelf in stand wil houden. Als de cliënt niet wil, kom je nergens”.

Gelukkig zijn er de afgelopen jaren vooral succesverhalen. Enkele daarvan zijn vereeuwigd in een jubileumboekje, maar als begeleider kent Elly ze ook uit de praktijk: “Vorige week was ik bij een cliënt waar ik al vier jaar kom. Destijds had ze schulden, een angststoornis en een ‘weggooiprobleem’, zoals ze het zelf noemt. Haar schulden zijn inmiddels weg, haar angsten heeft ze onder ogen gezien en vorige week zei ze ineens: ‘Ik wil mijn huis schoon hebben! Maar jij moet er wel bijblijven, want alleen durf ik het nog niet aan’. Dan zorg ik dat er iemand gebeld wordt die daarbij kan ondersteunen en dan blijf ik daar de eerste afspraken gewoon bij. In kleine stapjes zijn we nu bijna waar we moeten zijn.”

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden