Foto:

Column Marc Tangel: Gezinsuitzicht

Of het nu komt door de vreugde van de herfstvakantie of de zwarte schaduw van een mogelijk meer gewichtige lockdown durf ik niet te zeggen, maar vergeleken met de overige drukte op de Laan van Poot is het deze middag bijzonder druk bij de ingang van het Westduinpark. Gelukkig wandelen de meeste bezoekers van dit natuurgebied in rechte lijn naar de dichtstbijzijnde strandopgang, zodat ik mijn doel, een dichtbegroeid heuveltopje boven een open veld, in alle rust weet te bereiken.

Terwijl ik de omringende kleurenpracht vanaf mijn uitkijkpost aandachtig in mij opneem, hoor ik in mijn omgeving een aanzwellend stemmengeluid. Door de weerkaatsing kan ik niet meteen plaatsen waar het precies vandaan komt, tot ik plotseling in de struiken onder me het gedaante van een klein meisje zie verschijnen. Ze lijkt me een jaar of vijf, is gezegend met vrolijke blonde krullen en klautert de heuvel op in twee opvallend gele regenlaarsjes. Achter het meisje beklimmen haar ouders volgzaam hetzelfde pad. “Hier is het!”, roept de kleine krullenbol triomfantelijk wanneer ze het uitkijkpunt bereikt waar ik ook sta. “Het is hier inderdaad mooi”, bevestigt de moeder, die zich bij ons voegt. Zwijgend staren beiden naar het landschap aan hun voeten, terwijl vader van enkele meters afstand het tweetal liefdevol gadeslaat. Kijkend naar dit knusse gezinsleven, bekruipt me het gevoel dat ik te veel ben, maar alsof ze mijn gedachten leest, lacht de moeder mijn zorgen weg. Ik mag blijven.

“We moeten nog verder omhoog kunnen”, besluit de kleine krullenbol en maakt zich los. “Hier gaan we anders weer naar beneden”, concludeert de vader die het struikgewas achter ons overziet. Nieuwsgierig stapt het meisje af op een smal zandpaadje aan haar linkerhand, maar na twee passen wordt haar verdere doorgang belet door een ferme boom. Besluiteloos kijkt ze rond. “Jij mag het zeggen”, spoort haar moeder na enkele seconden aan. “Ik weet het niet”, prevelt de kleine verlegen. “De weg hier naartoe wist je net nog precies. Daarom mocht jij vandaag de baas zijn, weet je nog?”, probeert de moeder opnieuw. “Dan zegt de baas nu dat ze even niets meer zegt”, kaatst de kleine resoluut terug. “Ik wou dat mijn baas dat ook eens zei”, schatert de moeder, maar de clou van deze grap ontgaat het meisje volledig. Enigszins beteuterd zet ze de afdaling in.

“Wacht maar even”, roept haar vader, die al snel gezien heeft dat de eerste neerwaartse stappen meer van de evenwichtsorganen van zijn dochter vergen dan de klautertocht naar boven. Hij gaat het meisje voor en waggelend bereikt het drietal de voet van het heuveltje. Terwijl haar ouders doorlopen, blijft de krullenbol nog even staan om het zand van haar gele laarsjes te kloppen. Deze handeling staakt ze abrupt wanneer haar oog valt op een fors gevormd afvalproduct van één der grote grazers uit dit Westduinpark. “Papa, wat is dat?”, roept ze gebiologeerd voorovergebogen. “Dat is poep”, klinkt het gedecideerd. Geschrokken maken de twee laarsjes een sprong naar achter, maar dan herpakt de krullenbol zich. “Dat is geen poep!”, brult ze zelfverzekerd. “Kom nou maar”, wenkt haar vader. Zijn woorden sorteren echter geen effect. Standvastig blijft de kleine staan en schreeuwt terug: “Nee! Nu ben ik weer de baas”. Waarmee ze het gemiddeld gezinsleven in Nederland kernachtig samenvatte.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden