Foto:

Column Marc Tangel: Nuanceverschil

Hoe voelt u zich bij de gedachte dat we in een intens corrupt land leven waar politieke schijnprocessen worden gevoerd? Persoonlijk maak ik me grote zorgen, vooral vanwege het feit dat steeds meer mensen openlijk van mening zijn dat het daadwerkelijk zo is.

Nee, ik had onlangs ook niet de tijd om de Algemene Beschouwingen volledig uit te zitten, maar gelukkig zijn er in de avonduren talloze actualiteitenprogramma’s die voor ons de krenten uit deze sopperige pap vissen. Over één ding kon iedereen het eens zijn: Geert was boos. Hij opende de ochtend met een tirade tegen de rechtsstaat, omdat hij begin deze maand schuldig werd bevonden aan groepsbelediging vanwege zijn Haagse ‘minder Marokkanen’ uitspraak in 2014. “Een politieke schijnvertoning”, noemde hij dit proces, waarvoor hij meende opgeofferd te zijn.

In mijn ogen is die conclusie toch niet helemaal terecht. Uit reconstructies van dit proces blijkt dat Wilders zijn veroordeling al die tijd in eigen handen had. Hij claimt dat zijn intentie was de Haagse stadsbevolking te vragen of zij meer of minder criminele Marokkanen binnen de stadsgrenzen wilden, zo stond het ook geformuleerd in zijn speech, maar op het moment suprême besloot hij zelf dat éne woordje ‘criminele’ weg te laten. Een nuanceverschil, maar wel het contrast tussen schuld of onschuld. Dat is geen proces. Dat is campagne voeren.

“Maar jij bent als linkse rakker sowieso tegen Wilders”, wordt mij vaak verweten door vrienden en (vooral) aangetrouwde familieleden. Beide beweringen zijn slechts gedeeltelijk waar. Het klopt dat mijn jeugd zich afspeelde in de gloriedagen van het paarse kabinet en bij het woord premier doemt nog altijd eerder het gestalte van Wim Kok voor mijn geestesoog op, in plaats van één zijner opvolgers. Tegelijkertijd zag ik mijn geboortewijk Laakkwartier in die jaren veranderen van een buurt waar men het touwtje uit de deur hing, tot een plek waar de harde kern van de Hofstadgroep onopgemerkt een uitvalsbasis kon vinden. Zo’n transitie brengt spanningen met zich mee in een wijk, welke door Kok en zijn kornuiten iets te makkelijk werden weggewuifd. Tot Pim Fortuyn ten tonele verscheen. Deze man sprak uit wat veel wijkbewoners dachten en in mei 2002 behoorde ook ik tot één van de opvallend vele LPF stemmers in Laakkwartier. Laten we het op een jeugdzonde houden.

Het grote verschil tussen Fortuyn en zijn zelfbenoemde opvolger Wilders is dat Fortuyn, naast het constateren van de spanningsvelden, voor oplossingen verwees naar stapels boeken die hij over dit thema had geschreven. Wilders komt al zestien jaar niet verder dan een half A4-tje met de drie kernpunten ‘terug naar de gulden, weg uit de Europese Unie en minder criminele Marokkanen in Nederland’, waarmee we het moralistisch verval van onze maatschappij echt niet keren. Wellicht had Wilders er wijs aan gedaan de gerechtelijke uitspraak aan te wenden om zijn politieke horizon iets te verbreden. In plaats daarvan kiest hij voor de slachtofferrol die hem, een half jaar voor de komende verkiezingen, qua populariteit geen windeieren lijkt te leggen. Toeval? Of zou hij dit al voorzien hebben toen hij zes jaar geleden weloverwogen het woordje ‘crimineel’ uit zijn verkiezingsspeech verwijderde? Als ik Richard de Mos was, zou ik tóch eens bij Geert op cursus gaan…

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden